Monument in Wijhe

Monument in Wijhe voor de bijdrage van de Basjkieren aan de bevrijding van Nederland in november-december 1813

Het monument in Wijhe is ontworpen door de Russisch-Nederlandse beeldhouwer Alexander Taratynov ter herinnering aan de ruim driehonderd Basjkierse ruiters, die in november-december 1813 hielpen om Nederland uit de greep van Napoleon te bevrijden. Het monument werd 208 jaar later, in november 2021, in Park Weijtendaal geplaatst ter markering van de plek van hun toenmalige kampement.

Dit beeld van Alexander graaf von Benckendorff (1781-1844) is een artistieke impressie door Alexander Taratynov. De ruimtelijke structuur rond het beeld verwijst naar een legertent van het kampement van de Basjkieren.  

Het monument – herinnering aan 1813

Taratynovs evocatie van een officierstent uit de Napoleontische oorlog markeert de plek, waar medio november 1813 het Russische 1e Regiment Basjkieren van het geallieerde leger, dat tegen Napoleon vocht, zes weken zijn basiskamp opsloeg. Deze ruiters, mannen èn vrouwen uit het verre Basjkortostan, spraken een aan het Turks verwante taal en beleden de Islam. Aan hun eenheid, die onder leiding stond van luitenant-kolonel prins Fedor Fedorovich Gagarin, was ook een imam toegevoegd.

Het beeld

In de tent staat een bronzenbeeld in de karakteristieke stijl van de kunstenaar. Het is zijn artistieke impressie van de commandant, die leidinggaf aan de geallieerde bevrijders: Alexander von Benckendorff. Het lijkt alsof deze generaal-majoor der cavelerie met een glas wodka een toast uitbrengt, maar niets is minder waar. Taratynov heeft hem uitgebeeld op het moment, dat Benckendorff besluit de IJssel over te steken: hij slaat een orthodox kruis. Hij begint namelijk aan een zeer risicovolle – zo niet roekeloze – onderneming: Benckendorff wil met slechts een handvol van zijn bereden eenheden proberen Amsterdam te ontzetten. Hij staat echter voor een overmacht aan Franse troepen. Niet alleen moet hij langs de Franse verdedigingslinies, die de Oude Hollandse Waterlinie bezet hielden, zien te komen, maar bovendien had de Franse bevelhebber, generaal Molitor, een grote troepenmacht samengetrokken bij Utrecht. Benckendorff had daarom opdracht om bij de IJssel te wachten op troepenversterking, maar die was vertraagd. 

Generaal Benckendorff door Alexander Taratynov

Naar Amsterdam!

Het was Benckendorff al niet gelukt Deventer te veroveren, maar Zwolle was wel zonder slag of stoot gevallen. Daar krijgt hij bezoek van een bekende, generaal-majoor Andries van der Plaat. Deze genieofficier had tien jaar in het leger van de Russische Tsaar gediend. Na zijn terugkeer in Nederland was hij door Lodewijk Napoleon benoemd tot inspecteur van Waterstaat. Toen de eerste geallieerde eenheden Nederland binnentrokken en Molitor de Franse eenheden van Amsterdam naar Utrecht commandeerde, was in de hoofdstad de vonk in de pan geslagen: er braken rellen en plunderingen uit, die nog ternauwernood met gewelddadig confrontaties door de stadsmilities onderdrukt konden werden. De regentenfamilies, die het stadsbestuur provisorisch hadden overgenomen, waren vertwijfeld. De zwager van Van der Plaat, Cornelis Krayenhof, had in het machtsvacuüm het militaire bevel over de Amsterdamse stadsmilities overgenomen. Krayenhoff had Van der Plaat gevraagd er bij Benckendorff met klem op aan te dringen zo snel mogelijk naar Amsterdam op te rukken. Benckendorff had zijn meerdere binnen de Geallieerde Noordelijke Armee, cavaleriegeneraal Wintzingerode, daartoe toestemming gevraagd, maar kreeg na aandringen opnieuw het teleurstellende antwoord te blijven wachten op versterking. Toch doet hij het. 

Onrust in Amsterdam: Franse douanehuisjes op Kattenburg worden in brand gestoken

Een risicovolle veldtocht

Als Benckendorff op eigen houtje besluit alvast de IJssel over te trekken, dan begaat hij een militaire doodzonde. Wanneer hem dat later verweten wordt, zal hij zijn daad verdedigen: hij heeft in lijn met de instructies van Tsaar Alexander gehandeld alles te doen om de Prins van Oranje tot staatshoofd van het bevrijde Nederland te laten uitroepen. Maar dat schrijft hij achteraf in zijn memoires. Op het moment, dat hij beslist de IJssel over te steken, is hij allerminst zeker of zijn inschatting, dat zijn optreden een volksopstand tegen de Franse overheersing teweeg zal brengen, zal lukken. Hij wil in Harderwijk scheepgaan om over het water Amsterdam te bereiken, maar dat blijkt een hachelijke onderneming, die bijna mislukt. Slechts door een list zal uiteindelijk zijn huzarenstuk toch gelukken.  

Kozakken en Basjkieren bij de Muiderpoort vermaken Amsterdams publiek met dans

Wat bezielde hem?

Wat zou er door zijn hoofd zijn gegaan: in zijn jeugd was hij vleugeladjudant geweest van de voorgaande Tsaar, de vader van de huidige, en zijn moeder is nauw bevriend met diens invloedrijke moeder. Wellicht hield hij in het geheim contact zijn broer Constantine, die dan een vleugeladjudant van Tsaar Alexander is, en mogelijk ook met zijn energieke zuster Dorothea, die in Londen zit als echtgenoot van de Russische ambassadeur en via die weg wellicht in contact staat met de Prins van Oranje. We weten niet, wat Benckendorff bezield heeft. Met zijn actie heeft Benckendorff ons land en de Oranjes een significante dienst bewezen, maar het had ook volkomen fout kunnen aflopen. Hij zal zeker vóór zijn besluit een kruis geslagen hebben.

generaal Alexander von Benckendorff, door George Dawe

De Basjkieren

De Basjkieren zijn ervaren pontonniers en Benckendorff laat hen tussen Deventer en Zwolle, vlakbij Wijhe, een schipbrug over de IJssel leggen. Hij stuurt ook Basjkieren mee met verschillende verkenningseenheden, die vóór hem uit reeds Amsterdam en Den Haag bereiken. Wellicht met de bedoeling om waar nodig de overtocht over de vele waterwegen van ons land te kunnen realiseren. Bovendien waren het betrouwbare manschappen: geen huurlingen, zoals de kozakken, die ongunstig bekendstonden als rovers. In hun opvallende oriëntaalse kledij joegen de Basjkieren de Fransen alleen al met hun verschijning de schrik aan. Terecht, want als precizie-boogschutters waren het meedogenloze sluipschutters, die op hun geharde kleine paarden, zich verrassend snel door vijandelijk gebied konden verplaatsen. De vrieskou van de Nederlandse winter deerde hen niet: in de steppen van Basjkortostan, zo’n vierduizend kilometer hier vandaan, heerst er zes maanden per jaar een strenge vorst. 

Basjkierse boogschutters, illustratie Azat Kuzhin

Kampement in Wijhe

Dit monument markeert de plek waar in november 1813 de Basjkieren hun bivak opsloegen. Op Fortmond, waar nu het kozakkenveer zomers vaart, hebben zij een schipbrug over de IJssel gelegd. Ruim zes weken was dit kampement hun uitvalsbasis. Na hun vertrek, werd het een doorvoercentrum, tot tegen eind januari 1814 de schipbrug als gevolg van hoogwater onbruikbaar werd.

Schipbrug tussen Fortmond en Veessen, door Berend Westenberg, november 1813, particuliere collectie

Hoe liep het af

In 1810 lijfde Napoleon Nederland bij het Franse Keizerrijk in. Twee jaar later rukt Napoleon met ruim een halfmiljoen manschappen naar Moskou op. De veldtocht, waaraan vele Nederlandse dienstplichtigen meededen, verliep dramatisch. Dat geeft Tsaar Alexander de gelegenheid om in april 1813 een militair bondgenootschap tegen Napoleon te smeden. In het kielzog van zijn oom, de koning van Pruisen, doet ook de Prins van Oranje mee. Napoleon wordt in oktober bij Leipzig verslagen. In november-december 1813 wist de Baltisch-Russische commandant Alexander von Benckendorff met slechts een relatief bescheiden aantal militaire eenheden door middel van een gewaagde veldtocht binnen enkele weken de Franse overheersing van Nederland te breken. Zijn ruiters van het Russische 1e Regiment Basjkieren – onverschrokken boogschutters – waren bij de eerste geallieerden, die doorstoten naar Amsterdam en Den Haag. Met een list kon Benckendorff Amsterdam ontzetten en onder begeleiding van zijn manschappen werd enkele dagen later de Prins van Oranje als de nieuwe constitutionele vorst van het bevrijde Nederland daar ingehaald. In opdracht van Tsaar Alexander heeft Benckendorff met zijn doortastende actie een essentiële bijdrage geleverd aan de vorming van onze huidige monarchie.

Kozakken en Basjkieren slaan hun tenten op aan het Lange Voorhout in Den Haag, afb. N.J. Penning, 28 november 1813, in Dagboek van Baake, Haags Gemeentearchief (de stenen waterpomp staat er nog steeds)

Meer informatie

link naar Slinger van Salland

link naar Historische Vereniging Wijhe

link naar de invliegpagina ruiterbeeld Veessen

link naar de pagina: Wijhe zoals de Basjkieren het zagen in 1813

link naar pagina met de uitgebreide geschiedenis